Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!

Inkomstenbelasting

  • Tarief box 1
    De tarieven en het inkomen van de vier schijven van box 1 wijzigen naar respectievelijk 36,65 procent (0 - 20.384 euro), 38,10 procent (meer dan 20.384 - 34.300 euro), eveneens 38,10 procent (meer dan 34.300 - 68.507 euro) en 51,75 procent (meer dan 68.507 euro).
  • Tarief box 1 vanaf 2021
    De tarieven worden beperkt tot twee schijven, een basistarief van 37,05 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen meer dan 68.507 euro.
  • Hoogste tarief box 1
    Het beginpunt van de hoogste tariefschijf (huidige vierde schijf en vanaf 2021 de tweede schijf) wordt niet geïndexeerd en begint tot en met 2024 bij een inkomen van meer dan 68.507 euro.
  • Eigenwoningforfait
    Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,65 procent. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.060.000 euro blijft 2,35 procent.
  • Eigenwoningforfait uitzendregeling
    Voor het belastingjaar 2018 wordt het eigenwoningforfait bij toepassing van de uitzendregeling met terugwerkende kracht verlaagd naar 1,15 procent.
  • Hypotheekrenteaftrek
    De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd tot 49 procent. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 37,05 procent in 2023.
  • Ondernemersaftrek
    Het aftrektarief van ondernemersaftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek.
  • MKB-winstvrijstelling
    Het aftrektarief van de MKB-winstvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Vanaf 2020 volgt dit aftrektarief het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke winstbedrag verminderd met de ondernemersaftrek positief is.
  • TBS-vrijstelling
    Het aftrektarief van de terbeschikkingsvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Dit aftrektarief volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden positief is.
  • Persoonsgebonden aftrek
    Het aftrektarief van de persoonsgebonden aftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De persoonsgebonden aftrek bestaat onder meer uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten, aftrekbare giften en nu nog de scholingsuitgaven en de uitgaven voor monumentenpanden.
  • Aftrekposten
    Ook het tarief van overige aftrekposten wordt afgebouwd tot 51,75 procent. In 2020 wordt dit aftrektarief gelijk aan het dan geldende hypotheekrenteaftrektarief van 46 procent. Dit tarief daalt met drie procentpunt per jaar naar 37,05 procent in 2023.
  • Investeringsregelingen
    De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) worden voor een periode van vijf jaar verlengd. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.
  • Scholingskosten
    De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt per 2020 vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald.
  • Monumentenaftrek
    De monumentenaftrek wordt vervangen door een subsidieregeling voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie.
  • Conserverende aanslag voor lijfrente en pensioenen bij emigratie
    Bij emigratie naar een land waarmee Nederland een exclusieve woonstaatheffing over lijfrenten respectievelijk pensioenen heeft afgesproken, kan alleen een conserverende aanslag worden opgelegd over de lijfrentepremies die in aftrek zijn gebracht tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 en na 15 juli 2009 respectievelijk de pensioenpremies die onbelast zijn gebleven na 15 juli 2009.
  • Tarief box 2
    Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021. Dit is een kleinere stijging dan aangegeven in het Regeerakkoord.
  • Verliesverrekening box 2
    De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar, conform de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.
  • Schulden dga bij eigen bv
    Voor zover de totale som aan schulden van de directeur-grootaandeelhouder aan de eigen bv meer bedraagt dan 500.000 euro en voor zover dit geen eigenwoningschuld is, wordt deze belast in box 2 als dividenduitkering. Eigenwoningschulden worden volledig buiten deze maatregel gelaten. Deze maatregel wordt in het voorjaar 2019 in een wetsvoorstel uitgewerkt en zou per 2022 in werking moeten treden.
  • Box 3
    Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd tot 30.360 euro per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94 procent (30.360 - 102.010 euro), 4,45 procent (102.010 - 1.020.096 euro) en 5,60 procent (meer dan 1.020.096 euro).
  • Algemene heffingskorting
    De algemene heffingskorting wordt verhoogd met 184 euro naar 2.477 euro (na indexatie). De afbouw van de algemene heffingskorting wordt steiler.
  • Arbeidskorting
    De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met 111 euro naar 3.399 euro (na indexatie). Het afbouwpercentage wordt verhoogd naar 6 procent.
  • Ouderenkorting
    De maximale ouderenkorting zal worden verhoogd met 178 euro naar 1.596 euro (na indexatie). Ook wordt een afbouwpercentage van 15 procent geïntroduceerd.
  • Bronbelasting op rente en royalty’s
    Per 2021 wordt een nieuwe bronbelasting ingevoerd op uitgaande rente- en royaltybetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief (lager dan 7 procent*), landen op de EU non-coöperatieve lijst en in misbruiksituaties.

Toeslagen

  • Kindregelingen
    De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens gaan omhoog, laatstgenoemde regeling vanaf 2020.

Milieubelastingen

  • Energiebelasting
    De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog en voor elektriciteit iets omlaag. De eerste schijf van het reguliere tarief voor aardgas wordt 0,03312 euro per m3 hoger. De eerste tariefschijf voor elektriciteit wordt 0,00595 euro per kWh lager.
  • Belastingvermindering energiebelasting
    De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met 51 euro van 308,54 euro naar 257,54 euro per aansluiting.
  • Afval
    Het tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen gaat omhoog naar 32,12 euro per 1.000 kg. Voor het storten of verbranden van Nederlands afval in het buitenland zal hetzelfde tarief gelden.

Autobelastingen

  • BPM teruggaaf
    De BPM-teruggaaf voor taxi’s en openbaar vervoer wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Hiermee wordt het gebruik van milieuvriendelijke motorvoertuigen in het openbaar vervoer en als taxi gestimuleerd.
  • Gebruik kentekengegevens
    Het verzamelen van kentekengegevens door de Belastingdienst om te controleren of de correcte motorrijtuigenbelasting is afgedragen stond recent onder druk. Om deze reden is ervoor gekozen om deze bevoegdheid expliciet in de Wet op de motorrijtuigenbelasting op te nemen.
  • Belasting op vrachtauto’s
    De belasting op vrachtauto’s (Eurovignet) wordt naar aanleiding van Europese afspraken aangepast. Door de aanpassing wordt het tarief voor minder schone vrachtauto’s hoger. De nieuwe tarieven treden stapsgewijs in werking per 1 juli 2019 en per 1 januari 2020.
  • Fijnstoftoeslag
    Per 1 januari 2019 zou een fijnstoftoeslag worden ingevoerd in de Wet op de motorrijtuigenbelasting voor dieselauto’s met een fijnstofuitstoot van meer dan 5 milligram per kilometer. Deze maatregel is uitgesteld tot 1 januari 2020.

Overig

  • Kansspelbelasting sportweddenschappen
    De kansspelbelasting wijzigt zodat sportweddenschappen fiscaal gelijk worden behandeld, ongeacht waar deze worden aangeboden. De exploitant van in Nederland georganiseerde sportweddenschappen wordt belastingplichtig in plaats van de prijswinnaar. De wijzigingen gaan in zes maanden na inwerkingtreding van het Wetsvoorstel kansspelen op afstand.
  • Belastingrente
    Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting voor 1 mei is ingediend en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Bij de erfbelasting geldt door goedkeurend beleid nu al een soortgelijke regeling bij een tijdig verzoek om een aanslag of bij een tijdige aangifte en dit wordt vanaf 2019 door een wettelijke maatregel voortgezet.
  • Invorderingsmaatregelen
    Vanwege de aanpak van verhaalsconstructies is de aansprakelijkheid verruimd voor begunstigden of erfgenamen bij wie het vermogen van de belastingschuldige terecht is gekomen. Daarnaast vergemakkelijkt de aansprakelijkheidsstelling door andere manieren van bekendmaking van een aanslag en uitbreiding van de informatieverplichting.

Omzetbelasting

  • Lage btw-tarief naar 9 procent
    Het lage btw-tarief gaat van 6 naar 9 procent. Daardoor worden zaken als voedingsmiddelen, medicijnen, medische hulpmiddelen, hotels, bioscopen, musea en kappers duurder. Bij vooruitbetaling vóór 1 januari 2019 blijft het 6 procent tarief gelden. Voor boeken is een overgangsmaatregel getroffen.
  • Kleine ondernemersregeling
    De kleine ondernemersregeling (KOR) in de btw wordt effectief per 1 januari 2020 gemoderniseerd. In Nederland gevestigde ondernemers met minder dan 20.000 euro omzet kunnen kiezen voor een btw-vrijstelling. Voor hen vervallen administratieve verplichtingen, waaronder de aangifteverplichting. Zij kunnen dan ook geen btw in aftrek brengen.
  • E-commerce
    Op digitale diensten zijn de factureringsregels van het land van de dienstverrichter van toepassing. Ondernemers die beperkt digitale diensten verkopen aan particulieren in andere lidstaten, kunnen de btw van hun eigen land berekenen. In 2021 worden nadere wijzigingen geïntroduceerd.
  • Sportvrijstelling
    De btw-sportvrijstelling gaat ook gelden voor niet-leden van een sportorganisatie. Bovendien zal de exploitatie van sportaccommodaties door niet-winst beogende instellingen vrijgesteld zijn. De btw op de kosten van bouw en onderhoud van die sportaccommodaties is dan niet meer aftrekbaar, maar herziening is in beginsel niet nodig. Een afzonderlijke subsidieregeling treedt in werking.
  • Btw-vrijstelling toelatingsexamens beroepsonderwijs
    De staatssecretaris heeft toegezegd toelatingsexamens die toegang geven tot vrijgesteld onderwijs en tussentijdse examens in het kader van datzelfde onderwijs, per 1 januari 2019 vrij te stellen van btw. Afsluitende examens voor dergelijk onderwijs vallen al onder de zogenoemde ‘onderwijsvrijstelling’.

Vennootschapsbelasting

  • Tarief
    Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 20,5 procent in 2021 (2019: 25 procent). Het lage tarief (2018: belastbare winst tot en met 200.000 euro) gaat in stappen omlaag naar 15 procent in 2021 (de tussenstappen zijn niet bekend, eerder was dit 19 procent in 2019 en 17,5 procent in 2020).
    • Update 26-10-2018
      Tarief 2019: 19% (t/m 200.000 euro) resp. 25% (boven 200.000 euro)
      Tarief 2020: 16,5% (t/m 200.000 euro) resp. 22,55% (boven 200.000 euro)
      Tarief 2021: 15% (t/m 200.000 euro) resp. 20,5% (boven 200.000 euro)
  • Verliesverrekeningstermijn
    De voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Verliezen geleden vóór 2019 blijven negen jaar verrekenbaar.
  • Houdsterverliezen
    Verliezen van zogenoemde ‘houdster- en financieringsmaatschappijen’ zijn op dit moment beperkt verrekenbaar, namelijk alleen met winsten uit dergelijke activiteiten. Deze beperking komt te vervallen. Wel gelden de normale termijnen voor verliesverrekening (zie aldaar).
  • Earningsstrippingregeling
    Deze nieuwe renteaftrekbeperking maakt overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). Er geldt een franchise van 1.000.000 euro. Voor fiscale eenheden geldt de earningsstrippingregeling op fiscale eenheidsniveau. Overtollige rentelasten kunnen onbeperkt in de tijd worden voortgewenteld.
  • Renteaftrekbeperkingen
    De renteaftrekbeperking voor overnameholdings komt te vervallen. Dit geldt ook voor de aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente. Dit houdt verband met de introductie van de earningsstrippingregeling. De zogenoemde ‘anti-winstdrainage renteaftrekbeperking’ blijft wel bestaan.
  • Beperking afschrijving gebouwen
    Bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting mogen voortaan slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot de boekwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Een gebouw dat vóór 1 januari 2019 in gebruik is genomen en waarop nog geen drie jaar is afgeschreven, mag alsnog deze drie jaar worden afgeschreven tot 50 procent van de WOZ-waarde. Voor natuurlijke personen met een onderneming die wordt belast in de inkomstenbelasting blijft het mogelijk om af te schrijven tot 50 procent van de WOZ-waarde.
    • Update 26-10-2018
      Als het gebouw in de loop van een boekjaar in gebruik is genomen, mag nog drie jaren ná het jaar van ingebruikname worden afgeschreven op basis van de oude regels.
      CFC-regels
      Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van meer dan 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap of vaste inrichting (een ‘controlled foreign company’ of CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan worden toegerekend aan de winst van de Nederlandse belastingplichtige.
  • Exitheffing
    Als een Nederlands belastingplichtig lichaam vermogensbestanddelen of zijn fiscale vestigingsplaats overbrengt naar een ander land, wordt een exitheffing opgelegd. De keuze wordt: onmiddellijke betaling hiervan of gespreide betaling in vijf gelijke jaarlijkse termijnen. Dit is korter dan de huidige tien jaar.
  • Minimumkapitaalregel banken en verzekeraars
    Er is een minimumkapitaalregel aangekondigd voor banken en verzekeraars die renteaftrek beperkt over vreemd vermogen boven een bepaald percentage (gesproken is over 92 procent van het commerciële balanstotaal). Het wetsvoorstel hiervoor wordt verwacht in 2019 en de maatregel zou per 2020 moeten ingaan.

Dividendbelasting

  • De dividendbelasting wordt na heroverweging tóch niet afgeschaft. De eerder aangekondigde invoering van een nieuwe bronbelasting op dividenden voor specifieke situaties wordt uitgesteld, daarvoor wordt eerst de samenhang bekeken met de huidige Wet dividendbelasting.

Loonbelasting

  • Verkorting 30%-regeling
    De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar. Voor de mogelijkheid om de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden zal ook worden uitgegaan van een maximumperiode van vijf jaar. Er wordt overgangsrecht van twee jaar ingevoerd voor expats die als gevolg van de maatregel in 2019 of 2020 de 30%-regeling zouden verliezen.
  • Overgangsrecht schoolgelden
    Als gevolg van het overgangsrecht van twee jaar, zal onbelaste vergoeding van schoolgelden voor bovenbedoelde expats nog steeds mogelijk zijn. Hierdoor vervalt het oorspronkelijke, beperktere, overgangsrecht met betrekking tot schoolgelden.
  • Fiets van de zaak
    De waarde van het privévoordeel van een fiets van de zaak wordt vanaf 2020 forfaitair vastgesteld op 7 procent van de oorspronkelijke nieuwwaarde van de fiets. De bijtelling geldt als de fiets voor (een deel van het) woon-werkverkeer ter beschikking staat.
  • Vrijwilligersvergoeding
    De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met 200 euro verhoogd naar maximaal 1.700 euro per kalenderjaar en 170 euro per maand.
  • Ziektewetuitkering
    Per 2020 telt voor nieuwe ZW-uitkeringsgerechtigden zonder werk de ZW-uitkering niet meer mee als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
  • Intensivering S&O-afdrachtvermindering
    De afdrachtvermindering loonbelasting wordt verhoogd. Het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering wordt in 2020 verhoogd met 2 procentpunt van 14 procent naar 16 procent.

 

Indien u vragen heeft over dit onderwerp of advies wilt, dan zijn wij u graag van dienst. Neem vrijblijvend contact met ons op.

   
© Tax Heaven