Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!
Een belastingparadijs kunnen we u niet garanderen, maar wel uw rots in de fiscale branding!

Inkomstenbelasting

  • Tarief box 1
    De tarieven en het inkomen van de vier schijven van box 1 wijzigen naar respectievelijk 36,65 procent (0 - 20.384 euro), 38,10 procent (meer dan 20.384 - 34.300 euro), eveneens 38,10 procent (meer dan 34.300 - 68.507 euro) en 51,75 procent (meer dan 68.507 euro).
  • Tarief box 1 vanaf 2021
    De tarieven worden beperkt tot twee schijven, een basistarief van 37,05 procent en een toptarief van 49,5 procent voor inkomen meer dan 68.507 euro.
  • Hoogste tarief box 1
    Het beginpunt van de hoogste tariefschijf (huidige vierde schijf en vanaf 2021 de tweede schijf) wordt niet geïndexeerd en begint tot en met 2024 bij een inkomen van meer dan 68.507 euro.
  • Eigenwoningforfait
    Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 75.000 euro wordt verlaagd naar 0,65 procent. Tot en met 2023 wordt het eigenwoningforfait stapsgewijs verlaagd naar 0,45 procent. Het eigenwoningforfait voor woningen van meer dan 1.060.000 euro blijft 2,35 procent.
  • Eigenwoningforfait uitzendregeling
    Voor het belastingjaar 2018 wordt het eigenwoningforfait bij toepassing van de uitzendregeling met terugwerkende kracht verlaagd naar 1,15 procent.
  • Hypotheekrenteaftrek
    De hypotheekrenteaftrek wordt verder afgebouwd tot 49 procent. Vanaf 2020 wordt de hypotheekrenteaftrek versneld afgebouwd in vier stappen van drie procentpunt naar 37,05 procent in 2023.
  • Ondernemersaftrek
    Het aftrektarief van ondernemersaftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek.
  • MKB-winstvrijstelling
    Het aftrektarief van de MKB-winstvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Vanaf 2020 volgt dit aftrektarief het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke winstbedrag verminderd met de ondernemersaftrek positief is.
  • TBS-vrijstelling
    Het aftrektarief van de terbeschikkingsvrijstelling wordt afgebouwd tot 51,75 procent. Dit aftrektarief volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek (van 46 procent in 2020 tot 37,05 procent in 2023). Het aftrektarief geldt als het gezamenlijke bedrag van het resultaat uit werkzaamheden positief is.
  • Persoonsgebonden aftrek
    Het aftrektarief van de persoonsgebonden aftrek volgt vanaf 2020 het afbouwtraject van de hypotheekrenteaftrek. De persoonsgebonden aftrek bestaat onder meer uit de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen, specifieke zorgkosten, aftrekbare giften en nu nog de scholingsuitgaven en de uitgaven voor monumentenpanden.
  • Aftrekposten
    Ook het tarief van overige aftrekposten wordt afgebouwd tot 51,75 procent. In 2020 wordt dit aftrektarief gelijk aan het dan geldende hypotheekrenteaftrektarief van 46 procent. Dit tarief daalt met drie procentpunt per jaar naar 37,05 procent in 2023.
  • Investeringsregelingen
    De energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (VAMIL) en de milieu-investeringsaftrek (MIA) worden voor een periode van vijf jaar verlengd. Wel wordt het aftrekpercentage voor de EIA verlaagd van 54,5 procent naar 45 procent.
  • Scholingskosten
    De fiscale aftrekpost voor scholingskosten wordt per 2020 vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben behaald.
  • Monumentenaftrek
    De monumentenaftrek wordt vervangen door een subsidieregeling voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie.
  • Conserverende aanslag voor lijfrente en pensioenen bij emigratie
    Bij emigratie naar een land waarmee Nederland een exclusieve woonstaatheffing over lijfrenten respectievelijk pensioenen heeft afgesproken, kan alleen een conserverende aanslag worden opgelegd over de lijfrentepremies die in aftrek zijn gebracht tussen 1 januari 1992 en 1 januari 2001 en na 15 juli 2009 respectievelijk de pensioenpremies die onbelast zijn gebleven na 15 juli 2009.
  • Tarief box 2
    Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25 procent naar 26,25 procent in 2020 en 26,9 procent in 2021. Dit is een kleinere stijging dan aangegeven in het Regeerakkoord.
  • Verliesverrekening box 2
    De voorwaartse verrekening van verliezen in box 2 wordt verkort van negen naar zes jaar, conform de voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting.
  • Schulden dga bij eigen bv
    Voor zover de totale som aan schulden van de directeur-grootaandeelhouder aan de eigen bv meer bedraagt dan 500.000 euro en voor zover dit geen eigenwoningschuld is, wordt deze belast in box 2 als dividenduitkering. Eigenwoningschulden worden volledig buiten deze maatregel gelaten. Deze maatregel wordt in het voorjaar 2019 in een wetsvoorstel uitgewerkt en zou per 2022 in werking moeten treden.
  • Box 3
    Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd tot 30.360 euro per persoon. Het forfaitaire rendement van de vermogensschijven wijzigt naar 1,94 procent (30.360 - 102.010 euro), 4,45 procent (102.010 - 1.020.096 euro) en 5,60 procent (meer dan 1.020.096 euro).
  • Algemene heffingskorting
    De algemene heffingskorting wordt verhoogd met 184 euro naar 2.477 euro (na indexatie). De afbouw van de algemene heffingskorting wordt steiler.
  • Arbeidskorting
    De maximale arbeidskorting wordt verhoogd met 111 euro naar 3.399 euro (na indexatie). Het afbouwpercentage wordt verhoogd naar 6 procent.
  • Ouderenkorting
    De maximale ouderenkorting zal worden verhoogd met 178 euro naar 1.596 euro (na indexatie). Ook wordt een afbouwpercentage van 15 procent geïntroduceerd.
  • Bronbelasting op rente en royalty’s
    Per 2021 wordt een nieuwe bronbelasting ingevoerd op uitgaande rente- en royaltybetalingen naar landen met een laag winstbelastingtarief (lager dan 7 procent*), landen op de EU non-coöperatieve lijst en in misbruiksituaties.

Toeslagen

  • Kindregelingen
    De kinderbijslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget voor paren met middeninkomens gaan omhoog, laatstgenoemde regeling vanaf 2020.

Milieubelastingen

  • Energiebelasting
    De energiebelasting voor aardgas gaat omhoog en voor elektriciteit iets omlaag. De eerste schijf van het reguliere tarief voor aardgas wordt 0,03312 euro per m3 hoger. De eerste tariefschijf voor elektriciteit wordt 0,00595 euro per kWh lager.
  • Belastingvermindering energiebelasting
    De belastingvermindering in de energiebelasting wordt verlaagd met 51 euro van 308,54 euro naar 257,54 euro per aansluiting.
  • Afval
    Het tarief op het verbranden en storten van afvalstoffen gaat omhoog naar 32,12 euro per 1.000 kg. Voor het storten of verbranden van Nederlands afval in het buitenland zal hetzelfde tarief gelden.

Autobelastingen

  • BPM teruggaaf
    De BPM-teruggaaf voor taxi’s en openbaar vervoer wordt per 1 januari 2020 afgeschaft. Hiermee wordt het gebruik van milieuvriendelijke motorvoertuigen in het openbaar vervoer en als taxi gestimuleerd.
  • Gebruik kentekengegevens
    Het verzamelen van kentekengegevens door de Belastingdienst om te controleren of de correcte motorrijtuigenbelasting is afgedragen stond recent onder druk. Om deze reden is ervoor gekozen om deze bevoegdheid expliciet in de Wet op de motorrijtuigenbelasting op te nemen.
  • Belasting op vrachtauto’s
    De belasting op vrachtauto’s (Eurovignet) wordt naar aanleiding van Europese afspraken aangepast. Door de aanpassing wordt het tarief voor minder schone vrachtauto’s hoger. De nieuwe tarieven treden stapsgewijs in werking per 1 juli 2019 en per 1 januari 2020.
  • Fijnstoftoeslag
    Per 1 januari 2019 zou een fijnstoftoeslag worden ingevoerd in de Wet op de motorrijtuigenbelasting voor dieselauto’s met een fijnstofuitstoot van meer dan 5 milligram per kilometer. Deze maatregel is uitgesteld tot 1 januari 2020.

Overig

  • Kansspelbelasting sportweddenschappen
    De kansspelbelasting wijzigt zodat sportweddenschappen fiscaal gelijk worden behandeld, ongeacht waar deze worden aangeboden. De exploitant van in Nederland georganiseerde sportweddenschappen wordt belastingplichtig in plaats van de prijswinnaar. De wijzigingen gaan in zes maanden na inwerkingtreding van het Wetsvoorstel kansspelen op afstand.
  • Belastingrente
    Er wordt geen belastingrente in rekening gebracht als de aangifte inkomstenbelasting voor 1 mei is ingediend en de aanslag conform die aangifte wordt vastgesteld. Bij de erfbelasting geldt door goedkeurend beleid nu al een soortgelijke regeling bij een tijdig verzoek om een aanslag of bij een tijdige aangifte en dit wordt vanaf 2019 door een wettelijke maatregel voortgezet.
  • Invorderingsmaatregelen
    Vanwege de aanpak van verhaalsconstructies is de aansprakelijkheid verruimd voor begunstigden of erfgenamen bij wie het vermogen van de belastingschuldige terecht is gekomen. Daarnaast vergemakkelijkt de aansprakelijkheidsstelling door andere manieren van bekendmaking van een aanslag en uitbreiding van de informatieverplichting.

Omzetbelasting

  • Lage btw-tarief naar 9 procent
    Het lage btw-tarief gaat van 6 naar 9 procent. Daardoor worden zaken als voedingsmiddelen, medicijnen, medische hulpmiddelen, hotels, bioscopen, musea en kappers duurder. Bij vooruitbetaling vóór 1 januari 2019 blijft het 6 procent tarief gelden. Voor boeken is een overgangsmaatregel getroffen.
  • Kleine ondernemersregeling
    De kleine ondernemersregeling (KOR) in de btw wordt effectief per 1 januari 2020 gemoderniseerd. In Nederland gevestigde ondernemers met minder dan 20.000 euro omzet kunnen kiezen voor een btw-vrijstelling. Voor hen vervallen administratieve verplichtingen, waaronder de aangifteverplichting. Zij kunnen dan ook geen btw in aftrek brengen.
  • E-commerce
    Op digitale diensten zijn de factureringsregels van het land van de dienstverrichter van toepassing. Ondernemers die beperkt digitale diensten verkopen aan particulieren in andere lidstaten, kunnen de btw van hun eigen land berekenen. In 2021 worden nadere wijzigingen geïntroduceerd.
  • Sportvrijstelling
    De btw-sportvrijstelling gaat ook gelden voor niet-leden van een sportorganisatie. Bovendien zal de exploitatie van sportaccommodaties door niet-winst beogende instellingen vrijgesteld zijn. De btw op de kosten van bouw en onderhoud van die sportaccommodaties is dan niet meer aftrekbaar, maar herziening is in beginsel niet nodig. Een afzonderlijke subsidieregeling treedt in werking.
  • Btw-vrijstelling toelatingsexamens beroepsonderwijs
    De staatssecretaris heeft toegezegd toelatingsexamens die toegang geven tot vrijgesteld onderwijs en tussentijdse examens in het kader van datzelfde onderwijs, per 1 januari 2019 vrij te stellen van btw. Afsluitende examens voor dergelijk onderwijs vallen al onder de zogenoemde ‘onderwijsvrijstelling’.

Vennootschapsbelasting

  • Tarief
    Het tarief wordt in stappen verlaagd naar 20,5 procent in 2021 (2019: 25 procent). Het lage tarief (2018: belastbare winst tot en met 200.000 euro) gaat in stappen omlaag naar 15 procent in 2021 (de tussenstappen zijn niet bekend, eerder was dit 19 procent in 2019 en 17,5 procent in 2020).
    • Update 26-10-2018
      Tarief 2019: 19% (t/m 200.000 euro) resp. 25% (boven 200.000 euro)
      Tarief 2020: 16,5% (t/m 200.000 euro) resp. 22,55% (boven 200.000 euro)
      Tarief 2021: 15% (t/m 200.000 euro) resp. 20,5% (boven 200.000 euro)
  • Verliesverrekeningstermijn
    De voorwaartse verliesverrekening in de vennootschapsbelasting wordt beperkt van negen tot zes jaar. De achterwaartse verliesverrekening blijft één jaar. Verliezen geleden vóór 2019 blijven negen jaar verrekenbaar.
  • Houdsterverliezen
    Verliezen van zogenoemde ‘houdster- en financieringsmaatschappijen’ zijn op dit moment beperkt verrekenbaar, namelijk alleen met winsten uit dergelijke activiteiten. Deze beperking komt te vervallen. Wel gelden de normale termijnen voor verliesverrekening (zie aldaar).
  • Earningsstrippingregeling
    Deze nieuwe renteaftrekbeperking maakt overtollige rentelasten (het saldo van rentelasten en rentebaten) slechts aftrekbaar tot 30 procent van de gecorrigeerde Nederlandse fiscale winst (EBITDA). Er geldt een franchise van 1.000.000 euro. Voor fiscale eenheden geldt de earningsstrippingregeling op fiscale eenheidsniveau. Overtollige rentelasten kunnen onbeperkt in de tijd worden voortgewenteld.
  • Renteaftrekbeperkingen
    De renteaftrekbeperking voor overnameholdings komt te vervallen. Dit geldt ook voor de aftrekbeperking bovenmatige deelnemingsrente. Dit houdt verband met de introductie van de earningsstrippingregeling. De zogenoemde ‘anti-winstdrainage renteaftrekbeperking’ blijft wel bestaan.
  • Beperking afschrijving gebouwen
    Bedrijven die belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting mogen voortaan slechts afschrijven op een gebouw in eigen gebruik tot de boekwaarde gelijk is aan de WOZ-waarde (dit was 50 procent van de WOZ-waarde). Een gebouw dat vóór 1 januari 2019 in gebruik is genomen en waarop nog geen drie jaar is afgeschreven, mag alsnog deze drie jaar worden afgeschreven tot 50 procent van de WOZ-waarde. Voor natuurlijke personen met een onderneming die wordt belast in de inkomstenbelasting blijft het mogelijk om af te schrijven tot 50 procent van de WOZ-waarde.
    • Update 26-10-2018
      Als het gebouw in de loop van een boekjaar in gebruik is genomen, mag nog drie jaren ná het jaar van ingebruikname worden afgeschreven op basis van de oude regels.
      CFC-regels
      Als een Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van meer dan 50 procent in een laagbelaste dochtervennootschap of vaste inrichting (een ‘controlled foreign company’ of CFC) zullen nieuwe CFC-regels van toepassing zijn. Bepaalde inkomensbestanddelen van de CFC zullen dan worden toegerekend aan de winst van de Nederlandse belastingplichtige.
  • Exitheffing
    Als een Nederlands belastingplichtig lichaam vermogensbestanddelen of zijn fiscale vestigingsplaats overbrengt naar een ander land, wordt een exitheffing opgelegd. De keuze wordt: onmiddellijke betaling hiervan of gespreide betaling in vijf gelijke jaarlijkse termijnen. Dit is korter dan de huidige tien jaar.
  • Minimumkapitaalregel banken en verzekeraars
    Er is een minimumkapitaalregel aangekondigd voor banken en verzekeraars die renteaftrek beperkt over vreemd vermogen boven een bepaald percentage (gesproken is over 92 procent van het commerciële balanstotaal). Het wetsvoorstel hiervoor wordt verwacht in 2019 en de maatregel zou per 2020 moeten ingaan.

Dividendbelasting

  • De dividendbelasting wordt na heroverweging tóch niet afgeschaft. De eerder aangekondigde invoering van een nieuwe bronbelasting op dividenden voor specifieke situaties wordt uitgesteld, daarvoor wordt eerst de samenhang bekeken met de huidige Wet dividendbelasting.

Loonbelasting

  • Verkorting 30%-regeling
    De maximale looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar. Voor de mogelijkheid om de werkelijke extraterritoriale kosten onbelast te vergoeden zal ook worden uitgegaan van een maximumperiode van vijf jaar. Er wordt overgangsrecht van twee jaar ingevoerd voor expats die als gevolg van de maatregel in 2019 of 2020 de 30%-regeling zouden verliezen.
  • Overgangsrecht schoolgelden
    Als gevolg van het overgangsrecht van twee jaar, zal onbelaste vergoeding van schoolgelden voor bovenbedoelde expats nog steeds mogelijk zijn. Hierdoor vervalt het oorspronkelijke, beperktere, overgangsrecht met betrekking tot schoolgelden.
  • Fiets van de zaak
    De waarde van het privévoordeel van een fiets van de zaak wordt vanaf 2020 forfaitair vastgesteld op 7 procent van de oorspronkelijke nieuwwaarde van de fiets. De bijtelling geldt als de fiets voor (een deel van het) woon-werkverkeer ter beschikking staat.
  • Vrijwilligersvergoeding
    De maximale onbelaste vergoeding aan vrijwilligers wordt met 200 euro verhoogd naar maximaal 1.700 euro per kalenderjaar en 170 euro per maand.
  • Ziektewetuitkering
    Per 2020 telt voor nieuwe ZW-uitkeringsgerechtigden zonder werk de ZW-uitkering niet meer mee als inkomen dat bepalend is voor de hoogte van de arbeidskorting en de inkomensafhankelijke combinatiekorting.
  • Intensivering S&O-afdrachtvermindering
    De afdrachtvermindering loonbelasting wordt verhoogd. Het percentage van de tweede schijf van de S&O-afdrachtvermindering wordt in 2020 verhoogd met 2 procentpunt van 14 procent naar 16 procent.

 

Indien u vragen heeft over dit onderwerp of advies wilt, dan zijn wij u graag van dienst. Neem vrijblijvend contact met ons op.

Belastingstelsel

  • Het belastingstelsel wordt hervormd. Verschillen in fiscale behandeling worden verkleind, (meer) werken wordt lonender, vervuiling krijgt een hogere prijs, belastingontwijking wordt aangepakt en het fiscaal vestigingsklimaat wordt verbeterd voor die bedrijven die hier ook daadwerkelijk economische activiteiten en banen opleveren.
  • De lasten voor burgers worden in 2021 per saldo met ruim € 6 miljard verlaagd (inclusief circa € 1 miljard via inkomensmaatregelen aan de uitgavenzijde), vooral door de invoering van een tweeschijvenstelsel, een verhoging van de algemene heffingskorting en een per saldo verhoging van de arbeidskorting, naast een groot aantal kleinere aanpassingen.
  • De ruimte om de belastingen op inkomen nog verder te verlagen wordt gevonden door een verhoging van het lage btw-tarief van 6% naar 9%, verdere vergroening van het belastingstelsel en door aftrekposten, waaronder de hypotheekrenteaftrek en de zelfstandigenaftrek, vanaf 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3%-punt te verlagen naar het basistarief. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait. De regeling ‘geen of beperkte eigen woningschuld’ wordt stapsgewijs afgebouwd.

Inkomstenbelasting

  • Er komt een tweeschijvenstelsel met een basistarief van 36,93% en een toptarief van 49,5%. Voor AOW-gerechtigden blijven drie schijven bestaan. Het eindpunt van de huidige derde schijf (de eerste schijf in de nieuwe tariefstructuur) wordt gedurende de kabinetsperiode bevroren op niveau 2018 (ca. € 68.600).
  • Box 3 wordt aangepast. Binnen de huidige systematiek wordt (gemiddeld) sneller aangesloten bij het werkelijke rendement door voor het rendement over het spaargedeelte gebruik te maken van actuelere cijfers, namelijk de gemiddelde spaarrente tussen juli (t-2) en juni (t-1). Het heffingvrije vermogen wordt verhoogd naar € 30.000 (€ 60.000 voor paren).
  • Het box 2-tarief wordt in stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021.
  • Het budgettaire beslag van de algemene heffingskorting wordt verhoogd met circa € 3,2 miljard. Dat betekent een verhoging van de heffingskorting met circa € 350 in 2021.
  • De ouderenkorting wordt verhoogd met circa € 160 en tegelijkertijd wordt er een geleidelijke inkomensafhankelijke afbouw geïntroduceerd in plaats van de huidige harde afbouwgrens. De afbouw bedraagt 15%.
  • De opbouw van de inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) begint later en de vaste voet verdwijnt. Het opbouwpercentage wordt verhoogd naar 11,45% waardoor de maximale IACK gelijk blijft en al bij een lager inkomen wordt bereikt.
  • Het recht op arbeidskorting en inkomensafhankelijke combinatiekorting bij ZW-uitkeringen van uitkeringsgerechtigden zonder dienstverband wordt afgeschaft.
  • De onbelaste vrijwilligersvergoeding van € 1500 per kalenderjaar wordt verhoogd met € 200.
  • De aftrekpost voor scholingskosten wordt vervangen door een individuele leerrekening voor alle Nederlanders die een startkwalificatie hebben gehaald.

Woningmarkt

  • Het percentage waartegen hypotheekrente mag worden afgetrokken wordt in stappen van 3%-punt per jaar verlaagd totdat het basistarief is bereikt. De opbrengst van de versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek wordt volledig gebruikt om de eigenwoningbezitters te compenseren door verlaging van het eigenwoningforfait.
  • In 2020 wordt het aftrektarief waartegen aftrekposten aftrekbaar zijn voor alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente en met 3%-punt per jaar naar het basistarief afgebouwd. Het aftrektarief komt in 2021 uit op 43%.
  • Het deel van de opbrengst van de aftrekpostenmaatregel dat voortkomt uit een verlaging van het aftrekpercentage van de hypotheekrente wordt gebruikt om het eigenwoningforfait (EWF) te verlagen met 0,15%.
  • De beleidsmatige verlenging van het aangrijpingspunt van het toptarief na 2021 wordt verlaagd in dezelfde mate als het EWF verlaagd wordt na 2021.
  • Geleidelijke afschaffing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld (wet Hillen). Deze aftrekpost wordt in twintig jaar met gelijke stappen afgeschaft. Niet opgenomen in het akkoord maar wel afgesproken door de voorzitters van de vier fracties, is verlenging van laatstgenoemde termijn van twintig naar dertig jaar. Dit blijkt uit het eindverslag van informateur Zalm.
  • De maximale hypotheek wordt stapsgewijs afgebouwd tot maximaal de waarde van de woning. Daaraan wordt vastgehouden. De zogenaamde maximale ‘loan to value’ zal niet verder worden verlaagd om de toegang van starters tot de koopwoningmarkt niet onnodig te belemmeren.
  • Corporaties die investeren in verduurzaming komen in aanmerking voor een korting op de verhuurderheffing. Het kabinet reserveert hiervoor € 100 miljoen per jaar.

Toeslagen

  • Het kabinet trekt € 250 miljoen per jaar extra uit voor de kinderopvangtoeslag. Gezinnen worden daarnaast ondersteund met een verhoging van de kinderbijslag (€ 250 miljoen) en het kindgebonden budget (bijna € 500 miljoen extra). De kinderbijslag wordt verhoogd met circa € 85.
  • Het punt waarop de inkomensafhankelijke afbouw van het kindgebonden budget voor paren begint wordt verhoogd met circa € 16.500.
  • De huurtoeslag wordt in de toekomst over een langer inkomenstraject afgebouwd. De eigen bijdrage in de huurtoeslag wordt geïndexeerd met de huurverhoging. Daartoe wordt de zogeheten ‘Kan-bepaling’ in de huurtoeslag geschrapt. Daarnaast worden mogelijke vereenvoudigingen van de huurtoeslag doorgevoerd.

Personen- en familierecht

  • Sinds dit jaar is de beperkte gemeenschap van goederen het nieuwe wettelijke uitgangspunt voor personen die in het huwelijk treden. Bezien wordt op welke manier de noodzaak tot het maken van notariskosten kan worden weggenomen voor paren die in algehele gemeenschap van goederen willen trouwen.
  • Er wordt nader onderzoek verricht naar een verdere herijking van het familierecht. Daarbij gaat het onder meer om echtscheiding en alimentatie.

Vestigingsklimaat

  • Het kabinet wil een eind maken aan de situatie dat firma’s zich alleen op papier in Nederland vestigen om belastingvrij miljoenen te kunnen rondpompen. ‘Wij gaan bij hen belasting heffen, net als bij ieder ander bedrijf. Internationaal zetten wij ons ervoor in dat belastingparadijzen worden aangepakt. Zelf gaan we het goede voorbeeld geven via een bronheffing op rente en royalty’s op uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen (low tax jurisdictions).’
  • Het kabinet bevordert het ondernemen met meer eigen vermogen en beperkt de belastingvoordelen voor vreemd vermogen. De vennootschapsbelasting wordt verlaagd en de dividendbelasting afgeschaft waardoor bedrijven gemakkelijker eigen kapitaal uit het buitenland kunnen aantrekken en minder kwetsbaar worden voor vijandige overnames. Ter financiering daarvan wordt de renteaftrek beperkt en wordt de mogelijkheid om in de Vpb om met verliezen te schuiven over de jaren heen beperkt. Daarnaast worden de belastingvoordelen voor expats beperkt.
  • Directe beleggingen in vastgoed door beleggingsinstellingen zijn niet meer toegestaan in verband met het afschaffen van de dividendbelasting.

Vennootschapsbelasting

  • De statutaire tarieven in de vennootschapsbelasting gaan in stappen van 20% en 25% naar 16% en 21% per 2021. Om een sterke aanzuigende werking naar de BV te voorkomen en om een globaal evenwicht te houden in belastingdruk wordt het box 2-tarief in stappen verhoogd van 25% naar 28,5% in 2021.
  • De stapsgewijze verlenging van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting van € 200.000 naar € 350.000 (vanaf 2018, vastgelegd in Belastingplan 2017) wordt teruggedraaid waardoor de schijfgrens ook na 2017 € 200.000 bedraagt.
  • Momenteel is een verlies in de Vpb verrekenbaar met de winst van het voorafgaande jaar (carry back) of de negen jaren daarna (carry forward). De carry forward wordt beperkt tot zes jaar.
  • De innovatiebox kent nu een effectief tarief van 5%. Dit wordt verhoogd naar 7%.
  • Vpb-ondernemers mogen een gebouw in eigen gebruik afschrijven tot maximaal 100% van de WOZ-waarde (was 50%).
  • Minimum kapitaalregel banken en verzekeraars: omdat banken doorgaans per saldo rente ontvangen worden zij niet geraakt door een earnings stripping-maatregel. Er wordt een generieke minimumkapitaalregel (thin cap rule) ingevoerd die renteaftrek over vreemd vermogen boven 92% van het commerciële balanstotaal beperkt.
  • De Nederlandse zeehavens zijn verplicht om vennootschapsbelasting te betalen. Tegelijkertijd investeren ze in publieke infrastructuur die in omringende landen door de overheid wordt aangelegd. Een herbezinning op de kostentoerekening van infrastructuur moet ervoor zorgen dat de Nederlandse havens weer een gelijke uitgangspositie krijgen ten opzichte van havens in de buurlanden.

Omzetbelasting

  • Het verlaagde btw-tarief wordt verhoogd van 6% naar 9%. De doorwerking van de verhoging van het btw-tarief op de uitgaven wordt verwerkt via de reguliere loon- en prijsontwikkelingssystematiek.

Loonbelasting

  • De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar.
  • Na evaluatie van de huidige tijdelijke ‘gebruikelijk-loon-regeling’ zal het kabinet bezien of de regeling moet worden aangepast. Daarbij zal ook worden bezien of de regelgeving ten aanzien van het uitbetalen in aandelen voor start-ups en scale-ups moet worden verruimd.

Pensioen

  • Voortbouwend op de werkzaamheden en rapporten van de SER wil het kabinet het pensioenstelsel hervormen tot een meer persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling, waarbij de doorsneesystematiek wordt afgeschaft. Voor alle contracten wordt een leeftijdsonafhankelijke premie verplicht en krijgen de deelnemers een opbouw die past bij de ingelegde premie. Sociale partners ontwikkelen een nieuw pensioencontract.
  • Het kabinet zal financieel bijdragen aan het opvangen van de lasten van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de overstap op een nieuwe manier van pensioenopbouw door de fiscale kaders tijdelijk te verruimen. De verwachting is dat de pensioenpremies tijdelijk met € 1 miljard stijgen om een evenwichtige transitie mogelijk te maken.
  • De hervorming van het tweede-pijlerpensioenstelsel leidt in de opbouwfase tot duidelijkere eigendomsrechten ten aanzien van het pensioenvermogen. Bijkomend voordeel hiervan is dat het eenvoudiger wordt om in de opbouwfase vermogensopbouw in de eigen woning te integreren in de vermogensopbouw in het pensioen.

Cultuur

  • De Geefwet blijft bestaan.
  • Particuliere monumentenbezitters blijven financieel gesteund worden. Hiervoor wordt deze kabinetsperiode € 325 miljoen uitgetrokken.

Arbeidsmarkt

  • De transitievergoeding wordt meer in balans gebracht. Ten eerste krijgen werknemers vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op transitievergoeding in plaats van na twee jaar. Ten tweede gaat voor elk jaar in dienstverband de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan tien jaar. De overgangsregeling voor 50-plussers wordt gehandhaafd. De mogelijkheid om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding wordt verruimd.
  • De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee naar drie jaar.
  • De mogelijkheden voor een langere proeftijd worden verruimd om het aangaan van een contract voor onbepaalde tijd aantrekkelijker te maken voor werkgevers. Payrolling als zodanig blijft mogelijk, maar wordt zo vormgegeven dat het een instrument is voor het ‘ontzorgen’ van werkgevers en niet voor concurrentie op arbeidsvoorwaarden.  - Het kabinet komt met een wetsvoorstel waarin het soepeler arbeidsrechtelijk regime van de uitzendovereenkomst buiten toepassing wordt verklaard, werknemers qua (primaire en secundaire) arbeidsvoorwaarden ten minste gelijk moeten worden behandeld met werknemers bij de inlener, en de definitie van de uitzendovereenkomst ongemoeid blijft.
  • Het kabinet gaat bekijken hoe de premiedifferentiatie in de WW kan bijdragen aan het aantrekkelijker maken van het vast contract.
  • Om te bevorderen dat het mkb weer meer personeel in (vaste) dienst durft te nemen, wordt de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers (tot 25 werknemers) verkort van twee naar één jaar. Tevens wordt de periode waarvoor premiedifferentiatie geldt in de WGA verkort van tien jaar naar vijf jaar.
  • Uitbreiding partnerverlof bij geboorte naar vijf dagen per 1 januari 2019. Daarbovenop krijgen partners aanvullend kraamverlof van vijf weken per 1 juli 2020.
  • Voor EU-arbeidsmigranten tellen op dit moment gewerkte weken in het land van herkomst ook mee in de opbouw van WW. Nederland wil een wachttijd introduceren van 26 weken, zodat ook voor arbeidsmigranten geldt dat zij 26 weken in Nederland gewerkt moeten hebben om in aanmerking te komen voor WW.

Wet DBA

  • De Wet DBA wordt vervangen. Voor zzp’ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief (tot 125% WML) in combinatie met een langere duur (> 3 maanden) van de overeenkomst of een laag tarief in combinatie met het verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
  • Aan de bovenkant van de markt wordt voor zelfstandig ondernemers een ‘opt out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd, indien er sprake is van een hoog tarief (> € 75 per uur) in combinatie met een kortere duur (< 1 jaar ) van de overeenkomst of een hoog tarief in combinatie met het niet verrichten van reguliere bedrijfsactiviteiten.
  • Voor zelfstandigen boven het ‘lage’ tarief wordt een ‘opdrachtgeversverklaring’ ingevoerd. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een webmodule. Met deze opdrachtgeversverklaring krijgt een opdrachtgever zekerheid vooraf van vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Ten behoeve van de webmodule wordt het onderdeel ‘gezagsverhouding’ verduidelijkt (bijvoorbeeld dat het enkel moeten bijwonen van een vergadering op zichzelf geen indicatie van gezag is). Tevens zal het kabinet de wet zo aanpassen dat gezagsverhouding voortaan meer getoetst wordt op basis van de materiële in plaats van formele omstandigheden.
  • Het huidige handhavingsmoratorium wordt na invoering van de bovenstaande maatregelen gefaseerd afgebouwd. Na invoering van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar een terughoudend handhavingsbeleid.

Vliegbelasting

  • Ingezet wordt op Europese afspraken over belastingen op luchtvaart in het kader van de voor 2019 geplande onderhandelingen over de klimaatdoelen van ‘Parijs’. Ook wordt bezien of een heffing op lawaaiige en vervuilende vliegtuigen mogelijk is. Indien beide routes onvoldoende opleveren zal er per 2021 een vliegbelasting worden ingevoerd.

Vervoer

  • In navolging van omringende landen wordt zo spoedig mogelijk een kilometerheffing voor vrachtverkeer (‘Maut’) ingevoerd. Het daarvoor te introduceren registratie- en betalingssysteem wordt gelijk aan dat in de buurlanden, zodat voor vrachtauto’s geen extra apparatuur benodigd is. De inkomsten uit de heffing zullen in overleg met de sector worden teruggesluisd naar de vervoerssector door verlaging van de motorrijtuigenbelasting op vrachtauto’s en gelden voor innovatie in en verduurzaming.
  • Het streven is dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. Uitfasering van de fiscale stimulering van emissieloze auto’s wordt in lijn gebracht met deze ambitie.
  • Er worden pilots uitgevoerd om ervaringen op te doen met alternatieve vormen van vervoer en betaling, zonder dat dit leidt tot een systeem van rekeningrijden.
  • De BPM-teruggaaf op taxi’s wordt afgeschaft.

Overig

  • Naar aanleiding van de ‘Panama Papers’ wordt de informatiepositie en de opsporingscapaciteit van de Belastingdienst versterkt en komt er meer transparantie. Hiertoe wordt een business case uitgewerkt.
  • Om belastingontwijking aan te pakken pleit het kabinet voor het opstellen van een zogenaamde zwarte lijst met niet-coöperatieve jurisdicties op het gebied van belastingen en een verplichting voor multinationals om per EU-land en per land op de zwarte lijst te rapporteren over hun activiteiten.
  • Om de uitvoering van het fiscale stelsel te verbeteren wordt de komende jaren € 0,5 miljard gereserveerd om de investeringsagenda van de Belastingdienst uit te voeren.
  • Er komt een bedrijfsovernamefonds waaruit jonge boeren worden ondersteund om de overname van het gezinsbedrijf en investeringen in innovatie te financieren.
  • Het kabinet maakt werk van het wegnemen van belemmeringen die mensen ervaren in de grensregio’s. Samen met Duitse en Belgische overheden worden de belangrijkste knelpunten op het terrein van infrastructuur en sociale zaken en werkgelegenheid aangepakt.

 

Indien u vragen heeft over dit onderwerp of advies wilt, dan zijn wij u graag van dienst. Neem vrijblijvend contact met ons op.

   
© Tax Heaven